European Accessibility Act

Om online producten en diensten voor alle Europeanen toegankelijk te maken, is de European Accessibility Act (EAA of Toegankelijkheidsrichtlijn) opgesteld. De EAA is gericht op digitale toegankelijkheid en geeft regels die gelden voor alle lidstaten van de Europese Unie. Het doel van de richtlijn is om de wetgeving rondom digitale toegankelijkheid in de gehele EU gelijk te trekken.

Vanaf 28 juni 2025 zal op grond van de EAA de verplichting gelden in de EU en dus ook voor Nederland om websites en andere digitale producten voor iedereen goed toegankelijk te maken.

Wat valt er onder de richtlijn?

De European Accessibility Act is van toepassing op verschillende digitale producten en diensten:

  • Computers en besturingssoftware
  • E-books
  • Webshops
  • Pinautomaten, ticketservices en incheckmachines
  • Smartphones
  • TV-apparatuur met betrekking tot digitale televisiediensten
  • Telecommunicatiediensten, zoal de apps en websites van je provider
  • Audiovisuele mediadiensten, zoals Netflix, Videoland en Spotify
  • Online en offline diensten die te maken hebben met transport, zoals kaartjesautomaten, apps en websites
  • Bankdiensten voor consumenten, zoals internetbankieren

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen producten die in de EU geproduceerd worden of daarbuiten. Alle producten die hier verkocht worden, moeten voldoen aan de eisen. Kleine ondernemingen met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste twee miljoen euro zijn wel (deels) uitgezonderd van de verplichtingen.

Verplichtingen

De toegankelijkheidseisen in de EAA gaan best ver.

De EAA geeft aan: “Specifieke toegankelijkheidseisen zijn van toepassing op alle producten en diensten die onder de wetgeving vallen, op voorwaarde dat deze hun fundamentele aard niet wijzigen of een onevenredige last opleggen aan exploitanten.”

Producten moeten daarbij zo worden ontworpen en geproduceerd dat zij het gebruik door personen met een handicap zo veel mogelijk bevorderen en voldoen aan gedetailleerde voorschriften betreffende informatie en instructies, het ontwerp van de gebruikersinterface en van de functionaliteit, ondersteunende diensten en verpakking.

In Bijlage I van de EAA worden de vereisten gegeven waaraan de producten en diensten moeten voldoen. Bijlage II geeft vervolgens niet-bindende voorbeelden van de manier waarop aan de verschillende toegankelijkheidsvoorschriften kan worden voldaan.

Zo gaat de eis gelden dat de informatie over het gebruik van het product die op het product zelf is aangebracht (etiketten, instructies en waarschuwingen etc.) beschikbaar wordt gesteld via meer dan één zintuiglijk kanaal (artikel 1, sub a, onder i van Bijlage I).

In Bijlage II wordt aangegeven hoe aan dit vereiste uitvoering kan worden gegeven, waarbij een pinautomaat als voorbeeld wordt genomen. Er moet visuele en tactiele (door aanraken, dus bijvoorbeeld braille) informatie of visuele en auditieve informatie worden aangeboden over de plaats waar een (betaal)kaart in een zelfbedieningsterminal moet worden ingevoerd, zodat blinden en doven gebruik kunnen maken van de terminal.

De EAA is qua eisen gebaseerd op de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG). Deze richtlijnen geven regels voor de toegankelijkheid van webcontent. Kort gezegd regelt deze WCAG, dat de websitebezoeker alle informatie en andere componenten van een website moet kunnen waarnemen, ondanks diens beperkingen.

Deze toegankelijkheidseisen voor webcontent (WCAG 2.1) bestaan uit vier uitgangspunten of principes:

  1. Waarneembaar: gebruikers moeten de inhoud en navigatie-elementen kunnen identificeren. Voor het grootste deel van gebruikers gaat dit via het scherm van een computer of telefoon. Voor andere gebruikers wordt geschreven content opgelezen via een schermlezer of vertaald naar braille.
  2. Bedienbaar: alle gebruikers moeten de interactieve elementen van een website of app kunnen gebruiken. Deze moeten dus niet alleen met een muis bedienbaar zijn, maar ook met een toetsenbord of spraakopdracht gebruikt kunnen worden.
  3. Begrijpelijk: websites die begrijpelijk zijn, vormen voor gebruikers geen drempel om te gebruiken. Er moet als het ware een logische structuur in websites en apps zitten.
  4. Robuust: deze term slaat op de universele en blijvende toegankelijkheid van websites en apps. Deze digitale producten moeten met alle software en hardware te gebruiken zijn, zodat niemand wordt buitengesloten.

Deze vier uitgangspunten zijn weer onderverdeeld in richtlijnen en succescriteria. De WCAG kan gebruikt worden als een checklist om een website of app te toetsen aan de digitale toegankelijkheid.

Vanaf juni 2025; een verrassing?

De EAA is al in 2019 aangenomen door de Europese Unie. De richtlijn moest uiterlijk op 28 juni 2022 zijn omgezet in nationale wetgeving in de EU-landen. Dat is veel landen, waaronder Nederland, niet op tijd gelukt. Om toch wat voortgang te boeken op het dossier van digitale toegankelijkheid en ook om de landen die achterbleven ook te bewegen tot actie, is door de EU besloten, dat vanaf 28 juni 2025 alle EU-landen de maatregelen moeten toepassen. De landen mogen dienstverleners die hun voorzieningen al vóór 28 juni 2025 rechtmatig gebruikten, vijf jaar extra geven (tot 28 juni 2030) om deze aan te passen aan de richtlijnen. Voor achterblijvers zal er geen aanleiding zijn voor coulance.

Overigens geldt voor overheidswebsites de verplichting, om goed digitaal toegankelijk te zijn, al sinds september 2020.

Terugwerkende kracht?

De wetgeving heeft geen terugwerkende kracht. De EAA stelt wel dat producten en diensten die vanaf juni 2025 gepubliceerd worden, moeten voldoen aan de toegankelijkheidsrichtlijnen. Voor webshops betekent dit dus niet dat álle webshops nu meteen moeten voldoen aan de richtlijnen, maar alleen de webshops die vanaf juni 2025 gepubliceerd worden.

Let op: Ook een website die vanaf juni 2025 bijgewerkt wordt (bijvoorbeeld een update aan een bestaande webshop, product of dienst) valt wel onder de nieuwe regels!

Handhaving en boetes

Het toezicht op de mate waarin bedrijven (en hun digitale producten en diensten) voldoen aan de EAA wordt door de lidstaten zelf gedaan. De Nederlandse overheid is dus verantwoordelijk voor de controle op de digitale toegankelijkheid van het bedrijfsleven in Nederland. Bedrijven die niet voldoen aan de EAA kunnen vanaf juni 2025 door de Nederlandse overheid beboet worden.

Per soort product en dienstverlening zijn er in Nederland verschillende toezichthouders en handhavers aangewezen. Te noemen zijn: Autoriteit Financiële Markt; Autoriteit Consument en Markt; Inspectie leefomgeving en Transport; Commissariaat van de Media; Rijksdienst Digitale Infrastructuur. Over de opzet en wijze van toezicht en handhaving door deze organisaties evenals de inhoud en omvang van de mogelijke boetes is nog niets bekend ten tijde van het schrijven van dit stuk.


Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.